BOEDDHISTISCHE PSYCHOLGIE










Onderstaande informatie is bedoeld voor mensen die geïnteresseerd zijn in een stukje
achtergrond informatie over boedhistische psychologie. Het is in het geheel niet de
bedoeling dat cliënten kennis moeten hebben van de diverse concepten, er mee akkoord
gaan, of zelf Boeddhist moeten zijn. Het is slechts een summiere uitleg van mijn gehanteerde raamwerk.

Na de dood van Shakyamuni Boeddha (ca. 2500 jaar geleden) hebben zijn volgelingen zijn onderricht gesystematiseerd. Uiteindelijk is dit onderricht bekend geworden onder de naam Abhidharma. Dit onderwijs legt op een gesystematiseerde wijze de structuur en de geconditioneerdheid van onze psyche uit. In de loop van de eeuwen is zijn onderricht, voornamelijk door een groep binnen het boeddhisme de zgn. Yogacara school, verder uitgewerkt en verfijnd. Tegenwoordig zijn de principes van de Abhidharma en Yogacara school herkend als voorlopers van menig principes in de moderne psychologie. Ondanks dat zijn er toch wezenlijke verschillen op het gebied van psychologie en de kijk op het leven. Boeddhistische principes geven een interpretatie van de werking van de psyche waarin eerder gezocht wordt naar vrij zijn, loskomen van het ego dan dat er gewerkt wordt aan ego versterking.

De Boeddha heeft onderwezen over het lijden van het menselijk bestaan en hoe men hiermee om kan gaan. Soms wordt er ook geschreven over het opheffen van het lijden. Hier wordt de stelling gehandhaafd dat men met het lijden kan (leren) omgaan. Het lijden behelst zowel het lichamelijke als het psychische lijden. Als we lijden hebben we een keuze hoe ermee om te gaan. Op het moment van lijden ervaren we emoties en gevoelens. De Boeddha beschreef dat als dorst of hunkeren naar. We hebben de neiging om op het lijden te reageren en meestal doen we dat op een manier die volgens de boeddhistische psychologie als gehechtheid te bestempelen valt. De dorst die er is, is voor het opbouwen van het "ego" of het IK. De dorst, er zijn er drie, is naar genoegdoeningen van de zintuigen, voor zijn en voor niet zijn. Er zijn dus drie manieren om op lijden te reageren. Als eerste vluchten we naar lichamelijk comfort om het lijden niet te ondergaan. Vervolgens verschuilen we ons achter onze identiteit. Als deze ons niet meer kan helpen blijft de leegte over.

Het uitgangspunt van mijn werk als counsellor ligt in hoe volgens de Boeddhistische psychologie mensen reageren op het lijden volgens gebruikelijke patronen van escapisme. Denk hierbij aan fysieke afleiding. We eten meer, we drinken meer. We hebben sex, we kijken televisie of we gaan excessief sporten of we verliezen ons zelf in het werk. Deze patronen zijn erg sterk en ingesleten omdat ze een zelf-versterkende cyclus vormen. Zij vormen gewoonte-energie. We hebben allemaal te maken met de druk en moeilijkheden die we tijdens ons dagelijks bestaan ervaren. Om hiermee om te gaan kiezen we voor bepaalde gedragspatronen. Voor sommige mensen is er vooral sprake van één sterk aanwezig gedragspatroon. Dit gedragspatroon kan dan de oorzaak zijn voor een tweede laag van compulsief gedrag, waarbij het gedrag zelf veel (nieuw) lijden veroorzaakt waardoor men in een neergaande spiraal terecht komt.

De kern van het Boeddhisme houdt in dat dankzij ons "ego" er een vervorming optreedt tussen onze werkelijke aard en de realiteit. De Boeddhistische Psychologie biedt diverse methoden om deze vervormingen te verminderen of te niet te doen. In mijn counselling maak ik gebruik van methodes om de vervorming van het "ego" te verminderen en een model dat te omschrijven valt als ander- gerichtheid (in het Engels: other-centred). Hierin komen we in relatie met dat wat niet zelf (Ander) is.

Ons "ego" houdt ons zo vaak in een houdgreep vast. Het voorkomt dat we vol in het leven staan. Hierdoor zijn we bang om de leuke dingen in het leven vol te beleven omdat we ze weer verliezen en verdriet wordt niet ten volle beleefd omdat we bang zijn voor de pijn. We doen er alles voor om het leven zoveel mogelijk te ontwijken. Het "ego" klampt zich vast aan, is geconditioneerd door, objecten. Dit wil zeggen dat onze mentale processen bepaald worden door datgene waar we aandacht aan schenken. Objecten, zoals mensen, dingen, gedachtes (in het verleden, heden en toekomst) etc. hebben daarom een grote invloed op onze menselijke gezondheid. Via het werken met belangrijke objecten in onze wereld krijgen we inzicht in de condities die aanwezig zijn in bepaalde relaties of situaties. Ons "ego" kennen we al heel goed. We zijn er dagelijks mee bezig. Meer dan goed voor ons is. Deze aandacht geeft ons een goed of een slecht gevoel over onszelf. Dit proces is ons erg bekend en daardoor vertrouwd. We blijven er ook vaak in hangen. Het geeft ons vertrouwen maar geen vrijheid. We zitten vast in onze eigengemaakte gevangenis. Als we onze fixatie op ons "ego" (het vergroten of juist verkleinen ervan) kunnen versoepelen en een meer naar de "ander" gerichte kijk kunnen ontwikkelen leren we het leven te zien zoals het is. Door het eens vanuit de "ander" perspectief te bezien kan men tot een verrassend inzicht komen. Hieruit halen we kracht om op een constructieve manier verder te gaan.

Amida Counselling & Coaching
                            praktijk voor contemplatieve, actie- en ecogerichte psychologie